Ik was niet altijd zo rustig als ik nu ben. Tegenwoordig studeer ik aan de TU Delft en ben ik een ijverige student. Toch was dit niet altijd zo. Ergens in mijn pubertijd heb ik een verandering meegemaakt. Oorspronkelijk kom ik namelijk uit Gouda. Mijn tijd hier was alles behalve rustig. Ik maakte veel mee met vrienden van de basisschool en van de voetbal, maar niet alles wat we deden kon door de beugel. Het is normaal om als jongen van acht tikkertje te spelen of verstoppertje, maar wij deden dat soort dingen zelden. We vermaakten ons eerder door op zoek te gaan naar een reeks lege kliko's en deze op een rij te zetten. Als we er een stuk of twintig verzameld hadden gaf een van ons een goede trap tegen de eerste. De rest van de kliko’s denderde vervolgens met een noodgang naar beneden, allemaal op elkaar, als een soort domino. Dit soort capriolen waren gebruikelijk in mijn wijk en vriendengroep. Voor de rest speelden we heel veel straatvoetbal. Het was dan ook niet ongebruikelijk dat er soms een bal door een raam vloog. Toch gingen we op een dag te ver, dat realiseerde ik mezelf toen ook.

Mijn maatje Wessel en ik hadden net buiten Gouda een plekje gevonden. Het parkje bestond uit verschillende bomen en ander groen wat zich als een soort cirkel om het meer in het midden bevond. Aan de randen van het parkje was de openbare weg. Zelfs als je rustig bij het meer zat hoorde je nog auto’s rond zoeven. De enige manier waarop het parkje wat rust kreeg was door het feit dat het ietsje lager lag dan de openbare weg. Een steile heuvel van wel vijf meter hoog bevond zich aan een kant van het parkje. Toen Wessel en ik dit voor de eerste keer zagen renden we direct naar huis. Niet omdat dit nou zo’n angstaanjagende heuvel was maar juist omdat we wisten dat we er vanaf wilde racen. We pakte beiden onze fietsen. Heel die middag hebben we van de heuvel af zitten racen. Aan het einde van de middag, toen de zon al wat lager stond, verscheen er een schim aan de horizon. Later bleek dit het silhouet van mijn buurjongen te zijn. Wessel en ik besloten hem ook op een fiets te zetten en hem ook de heuvel af te laten gaan. Het leek een goed idee, maar de jongen klapte met de fiets voorover toen hij op de scherpe hoek tussen de heuvel en het gras klapte. Mijn hart bonkte in mijn keel, gelukkig was mijn vader letselschade specialist. Ik besloot hem direct te bellen. Hij stelde ons gerust en zei dat als we mijn buurjongen niet hadden gedwongen dat het niet onze schuld was. Dit hadden we ook niet, dus we konden gerust adem halen.