Navigatie op deze site werkt met frames: klik hier voor volledige schermweergave

 

 

Toestemming tot publicatie: Erven Hans G. Kresse 2003 

 

 

Nog even een Verhaaltje en dan...

 

door Klaas de Vries  

In de periode tussen 1934 en 1941 werd op de A.V.R.O. radio een reeks vertellingen van Henk de Wolf  uitgezonden, onder de titel:  “Het Klokje van Zeven Uur en dus…”.  De sprookjesachtige verhaaltjes sloegen zo goed aan bij de jonge luisteraars (en hun ouders) dat het voor uitgeverij De Boekerij in Baarn de aanleiding was om er een boek mee te vullen en uit te geven. Maar liefst 58 vertellingen werden door de auteur verzameld in de bundel: “Nog even een verhaaltje en dan…”. Maar, in een boek vol sprookjes horen natuurlijk illustraties die de doelgroep van jonge kinderen aanspreken. Hans Kresse was één van de illustratoren.  

 

Titelpagina van de 5e druk.
Al vrij kort nadat ik in 2003 met deze website was begonnen verscheen het boek Nog even een verhaaltje en dan… in de lijst met boeken op de pagina Boekillustraties. Er was immers door John Wigmans in Viking¹ melding van gemaakt en, hoewel het mij niet zo’n interessant boek leek, hoorde het ongetwijfeld thuis op deze website. Zelf had ik het boek niet in bezit en lange tijd bleef het als een vrij onopvallende verschijning in de lijst staan, met daarbij een afbeelding van de linnen kaft van de vijfde druk en een korte bibliografische omschrijving. Heel af en toe werd deze wat bijgewerkt, als er door één van de inmiddels vele geïnteresseerde website bezoekers weer een klein aanvullend stukje informatie over werd aangedragen. Niets bijzonders dus.

 

Op 22-12-2005 verscheen er echter een extra afbeelding in het linker veld: Er was een eerste druk waargenomen en de scan daarvan werd door mij op de website geplaatst. Iemand had het boek in zijn Toonder collectie gevonden!  Op een goede dag werd de omslagtekening van die eerste druk door een bezoeker van www.ericdenoorman.nl herkend. Ik kreeg spontaan een e-mail met daarin de aanbieding, om tegen vergoeding van de portokosten het boek van hem over te nemen. Het was een ‘afdankertje’, in een abominabele staat maar desondanks werd deze vriendelijke geste door mij met beide handen aangegrepen. Vrijwel meteen na de ontvangst van dit exemplaar was mijn bijzondere interesse gewekt. Het was het begin van een kleine zoektocht die uiteindelijk heeft geleid tot dit verhaal…

 

Tijdens de Tweede Hans G. Kresse fandag van 6-10-2007 is het boek op mijn verzoek besproken. Ik had inmiddels een 4e druk gekocht op www.boekwinkeltjes.nl en anderen kwamen aanzetten met een 2e druk en een 3e druk. Een groot aantal tekeningen is bekeken door diverse aanwezigen maar het bleef onduidelijk wat precies de bijdrage van Kresse aan dit werk is geweest. Nog iets later werden er nog meer drukken van dit boek aan mij gemeld en ik vond zelf, nota bene in mijn eigen boekenkast,  een deeltje uit een reeks ‘Krokeledokus’ verhaaltjes - met Kresse afbeelding (maar daarover straks meer). Een onbevredigend slot van een nog nauwelijks begonnen zoektocht?..

 

Dan toch maar teruggegrepen naar de bron: John Wigmans met zijn artikel “Voor een vrijen kunstenaar is dit vak niets” in Viking jaargang 3, nr. 1. Wigmans werd gelukkig bereid gevonden om het een en ander uit de doeken te doen:

 

“In het kader van de ‘Kresse-biografie tot 1945’ interviewde ik in de eerste helft van de jaren ’90 van de vorige eeuw veel collega’s van Hans Kresse. En dat bracht me van allerlei plaatsen in Nederland tot Greystones in Ierland...

 

In juli 1991 zaten Carol Voges² en ik bij hem aan tafel. We hadden zijn exemplaar van de eerste druk van 'Nog even...' bekeken en grondig bestudeerd, en bij alle illustraties met zacht potlood de naam van de vervaardiger gezet. Aan het einde van de gezellige avond mocht ik van van hem dat boek lenen, zolang het project 'Kresse-biografie' zou duren. Ik dacht er toen in een jaar of twee mee klaar te zijn, en dat vond Carol geen bezwaar. In april 1994 nam ik het boek mee naar Marten Toonder³, waar we dezelfde werkwijze toepasten: Toonder en ik naast elkaar aan tafel om met een 3B-potlood in het boek zelf, onder de aantekeningen van Voges, te noteren wie wat gedaan had. In een enkel geval week de mening van Toonder af van die van Voges, behalve over de kleurenillustraties en de voorkantafbeelding. De heren waren unaniem: Kresse!!.

 

Illustratie door Rein van Looy bij "De Regenboogmannetjes", uit:

Het Klokje van Zeven Uur... en nu naar Bed (L. J. Veen, 1938)

De eerste bundelingen van de radiovertellingen van Henk de Wolf  werden vanaf 1938 door de Amsterdamse uitgeverij L.J. Veen op de markt gebracht. Rein van Looy vervaardigde tal van illustraties, vooral in zwart-wit. Maar na enkele jaren besloot De Wolf zijn schrijfsels onder te brengen bij de Baarnse uitgeverij De Boekerij. Toonder legde in 1994 uit wat er daarna gebeurde. De Boekerij had plannen voor een nieuw boek met verhalen van Henk de Wolf dat na de oorlog kon worden gedrukt bij een bevriende relatie, de ‘Koninklijke Roelants’ in Schiedam. Dat de uitgever en de drukker in deze periode bijzonder nauw samenwerkten, blijkt onder andere uit het versjesboek In Het Rijk van Koning Leeuw, eveneens door Henk de Wolf, met illustraties van Joop Geesink (1944). Het toeval wilde dat de directeur van deze firma, H.A.M. Roelants, een kennis was van de Schiedamse distillateur Herman Jansen voor wie de Toonder-studio’s eerder een opdrachtje hadden uitgevoerd. Begin 1944 had Roelants bij Jansen thuis de eerste lichting originele illustraties voor Het Recept van Pinneke Proost gezien, en hij was als drukker danig onder de indruk. Roelants wist dus via Jansen dat de Toonder-studio's een goed adres was voor de opdracht die hij uit Baarn had gekregen. Na overleg met de directeur van De Boekerij, een meneer Blankenberg, besloten Henk de Wolf en Roelants een bezoek te brengen aan de Toonder-studio’s in Amsterdam om eens te vragen naar mogelijkheden en kosten. Eenmaal daar maakte Roelants zich echter alleen druk om de financiën: hoe meer kleur, hoe hoger de druk- en bindkosten (losse vellen inplakken). De wens van De Wolf en Blankenberg was evenwel duidelijk; het moest een aantrekkelijk boekwerk worden met nieuwe, vrolijke en frisse illustraties, en dat mocht dan best wat kosten. Bij hun onderhoud met Toonder hadden de heren de eerste bundeling van de radioverhaaltjes meegebracht. Bladerend in deze 224 pagina’s tellende pil kwam Toonder tot de conclusie dat Van Looy degelijke maar ouderwetse illustraties had vervaardigd. Hij verzekerde zijn bezoekers dat zijn toptekenaars werk konden leveren dat beter aansloot bij de belevingswereld van jonge kinderen. Na een gesprek van Toonder met Blankenberg van De Boekerij werd korte tijd later de opdracht verleend. Met ‘toptekenaars’ doelde Toonder vooral op de jonge Hans Kresse, die sinds 1 mei 1943 werkzaam was bij de studio’s. Als zijn Pinneke-illustraties zo goed bevielen, dan kon hij deze nieuwe klus ook zeker tot een goed einde brengen...

 

Kresse maakte in die tijd - we hebben het over 1944 - nog steeds deel uit van de tekenfilmafdeling. Hij had aangegeven dat hij zich daar niet erg op zijn plaats voelde. Het natekenen van steeds dezelfde figuurtjes, die bovendien ook nog werden ontworpen door een zogenaamde “sleuteltekenaar”, was lopendebandwerk, en dat was niets voor hem. Al vrij snel kreeg hij daarom speciale opdrachten, zoals de welbekende Pinneke Proost reclame, het illustreren van Wilde Vaart en Toonder gaf hem ook de vrije hand om samen met Carol Voges het boek van Henk de Wolf te illustreren. In die tijd deelden Kresse en Voges een werkkamer, en dat kwam bij deze opdracht goed uit. De tekenaars konden zo gemakkelijk overleggen over wie welk verhaal van een passende illustratie voorzag. Voges bleek meer affiniteit met de opdracht te hebben, en het grootste deel van de afbeeldingen is dan ook van zijn hand. Maar het werken in kleur liet hij, op verzoek van Toonder, over aan Kresse! De opdracht was af juist voordat de studio's in november 1944 werden ontruimd. De eerste druk van dit boek verscheen, zoals oorspronkelijk gepland, pas na de bevrijding.”

Van het eerste boek, Het Klokje van Zeven Uur... en nu naar Bed (tekeningen: Rein van Looy), verschenen bij Uitgeverij Veen nog wel herdrukken in de nieuwe spelling, vermoedelijk in de jaren '50 of '60, waarbij er ook boeken met de helft van de oorspronkelijke tekst en met maar één kleurenplaat zijn uitgegeven

 

variant a, 1e druk. Groot formaat: 

> Nog even een verhaaltje en dan... - door Henk de Wolf - omslagtekening en kleurentekeningen door Hans G. Kresse - z/w  tekeningen door: Hans G. Kresse en Carol Voges (zie ook: Viking jaargang 3, nr. 1) - Voorbeeld: de ingeplakte tekening naast blz 60 van de eerste druk: (hele pagina)

 

1e druk: De 1e druk dateert uit 1946 (geg. K.B.), banduitvoering variant a; Uitgever: Comm. Venn. De Boekerij uitgevers, Baarn. - titelblad zonder illustratie. - (in de eerste druk wordt niet vermeld dat het de eerste druk is). - 4 kleurenillustraties zijn ingeplakt op blanco, ongenummerde bladzijden - formaat: 277x205x10 mm - 102 blz. Toonder’s signatuur valt buiten de voorplaat. 

 

Kleurenillustratie bij 'Het Grote Anker': -. (naast titelblad)

Kleurenillustratie bij 'Krook en de Verrekijker': -. (naast blz 42)

Kleurenillustratie bij 'De Eigenwijze Kabouterman': -. (naast blz 60)

Kleurenillustratie bij 'De Slimme Schimmel': -. (naast blz. 88).

Het boek bevat ook tientallen zwart/wit tekeningen.

In het boek zelf staat op het titelblad dat de illustraties van Marten Toonder zijn, maar dat is niet zo. De illustratie op blz. 17 is bijvoorbeeld vrij duidelijk te herkennen als zijnde van Kresse. Evenzo telt het boek een groot aantal tekeningen die zonder enige reserve kunnen worden toegeschreven aan Carol Voges. “Signed all over”, zoals Rob van der Nol het tijdens de Kresse fandag van 2007 zo passend omschreef. Veel van de tekeningen zijn wél duidelijk te herkennen als zijnde van Kresse of van Voges, maar andere niet.  De opzet van de uitgever slaagt en het boek verkoopt kennelijk goed, want reeds in 1947 verschijnt er een tweede druk. Dat het succes van deze uitgaven het gevolg was van de inmiddels weer hervatte uitzendingen van De Wolf’s radioprogramma, ligt voor de hand. Want hoewel het voorlezen-via-de-ether tijdens de oorlogsjaren van 1941 tot 1945 was onderbroken, bleek De Wolf nog lang niet uitverteld. Zijn programma en de gebundelde radioverhaaltjes mochten zich na de bevrijding opnieuw verheugen op de grote belangstelling van jonge luisteraars en lezers.

 

variant b, 2e druk.

2e druk: De 2e druk dateert uit circa 1947 (geg. K.B.), banduitvoering variant b - titelblad zonder illustratie. - formaat: 240x157x26 mm - 198 blz. - 3 kleurenillustraties zijn uitgevoerd als volledige pagina. Kleurenillustratie bij het verhaal 'De Slimme Schimmel' ontbreekt - Toonder's signatuur rechtsonder -. Recensie, aangetroffen in een exemplaar -. Misschien een stukje van de flaptekst? Wie het weet mag het zeggen.

 

 

Voor de tweede druk is dezelfde voorkantafbeelding gebruikt, maar doordat het formaat en de verhouding werden gewijzigd (kleinere drukspiegel) is daar opeens in witte dekverf een signatuur van Marten Toonder te zien. Wigmans merkt daarbij op: “Ik vroeg Toonder in 1994 aan de hand van een eveneens meegebrachte tweede druk wie de omslagillustratie had vervaardigd. Lachend vertelde hij dat die signatuur door vrijwel alle medewerkers van de studio kon worden gezet, zo ook door Kresse.” Toonder zelf zei het zo: "Zeer zeker niet van mijn hand", daarbij wijzend op de voorkant van “Nog even een verhaaltje”. Dat sluit aan bij wat Voges me drie jaar eerder al meedeelde: “Dagenlang had Hans dat grote op een plank geplakte vel tekenpapier voor zich zonder er ook maar iets mee te doen. Was hij weer Indiaantjes aan het tekenen of zo, om dan opeens, met hetzelfde penseel rigoureus een aantal halen en streken op dat vel te zetten, om er daarna weer een week niets aan te doen. Ik denk dat hij van Toonder op z’n kop kreeg dat het wel erg lang duurde, want op een morgen toen ik net binnenkwam was het af. Had hij ’s nachts zeker doorgewerkt om daarna onder zijn werktafel in slaap te vallen". Vergelijk de signatuur maar eens met die onder de proefopzet van Kappie. Kwam daar het vervalsingtalent van Kresse even mooi van pas! Net als bij het boek van Henk de Wolf...? 

 

Het boek blijft onverminderd populair en er verschijnen nog veel meer herdrukken. Een 3e druk:

 

variant c, 3e druk (zonder stofomslag)

3e druk: Uitg. De Boekerij, Baarn. z.j. (banduitvoering variant c, blauw linnen kaft) - titelblad zonder illustratie. -- 190 blz. (Het verhaal 'De Twee Honden' ontbreekt). 3 kleurenillustraties zijn uitgevoerd als volledige pagina. Kleurenillustratie bij het verhaal 'De Slimme Schimmel' ontbreekt.

... en (met kleine verschillen) een 4e druk:

 

variant c, 4e druk, 5e druk (zonder  stofomslag)

4e druk: Uitg. De Boekerij, Baarn. z.j. (banduitvoering variant c, geel linnen kaft) - titelblad zonder illustratie. (titelblad hetzelfde als bij 3e druk) - formaat: 240x157x26 mm - 190 blz. (Het verhaal 'De Twee Honden' ontbreekt). 3 kleurenillustraties zijn uitgevoerd als volledige pagina. Kleurenillustratie bij het verhaal 'De Slimme Schimmel' ontbreekt.

En met nog meer kleine verschillen, een 5e druk, waarbij óók een stofomslag is waargenomen:

 

variant c, 5e druk (met stofomslag, bew.)

5e druk: Uitg. De Boekerij, Baarn. z.j. (banduitvoering variant c, geel linnen kaft-, met stofomslag) - titelblad met illustratie. -- formaat: 240x157x26 mm - 190 blz. (Het verhaal 'De Twee Honden' ontbreekt). 3 kleurenillustraties zijn uitgevoerd als volledige pagina. Kleurenillustratie bij het verhaal 'De Slimme Schimmel' ontbreekt.

 

Opmerkingen over de uitvoering

Van de 3e druk zijn dus exemplaren met blauw linnen kaft in omloop (1 waarneming, gele kaft nog niet waargenomen). Dit kan ook zo zijn voor de 4e en 5e druk, echter zijn er tot dusver alleen maar ex. met geel linnen kaft in de 4e en 5e druk waargenomen. Alleen van de 5e druk is een stofomslag bekend. Het zou natuurlijk kunnen dat er ook stofomslagen horen bij de 1e t/m 4e druk, echter deze zijn nog niet waargenomen. Jilles Bijsterveld meldt dat exact dezelfde bandtekening (Voges ontwerp (?), rokende kabouter onder paddestoel) is gebruikt voor andere Boekerij uitgaven. 

 

Over het gebruik van stofomslagen

Het hoeft niet persé zo te zijn, dat er een omslag bij boeken uit deze periode hoort. Vergelijk e.e.a. maar eens met de Margriet Vakantieboeken. Ook daarvan bestaan diverse uitgaven zonder stofomslag en/of met verschillende kleuren linnen kaft voor dezelfde boeken. Voorbeeld: Groot Vakantieboek 6 - 1958 - gebonden, rode, gele of blauwe linnen kaft zonder stofomslag. Dit doet vermoeden dat er gewoon is gebruikt, wat op dat moment voorhanden was, of dat verschillende kleuren werden gebruikt voor verschillende oplagen

 

De uitgave blijkt na jaren nog steeds lezers te trekken, want er verschijnt een 6e druk (nog niet waargenomen), een 7e druk (nog niet waargenomen) en een 8e druk. Inmiddels is de titel gewijzigd in: ‘Het Klokje van Zeven Uur en dus…’, gelijk aan de titel van het radioprogramma uit de jaren 1930! (Gaat het hier inderdaad om dezelfde 58 verhalen?) In deze 8e druk zijn de Kresse illustraties in ieder geval verdwenen en vervangen door soortgelijke afbeeldingen van J. van Dijk.

 

8e druk (zonder stofomslag)

Het klokje van zeven uur en dus… - Hiernaast een 8ste druk, met een andere bandopdruk en een andere titel. Het boek heet hier “Het klokje van zeven uur en dus…”; het heeft een andere indeling en de tekeningen (waaronder twee ingeplakte kleurtekeningen) zijn van J. van Dijk.

 

De inhoud van dit boek moet nog eens vergeleken worden met Nog even een verhaaltje en dan… - Mogelijk betreft het hier een ander boek of een bundel in een andere samenstelling. zie ook: 

http://ikhouvanholland.deds.nl/klokje7.htm (andere omslagtekening) en

http://www.oudejeugdboeken.nl/start2.html?/kinderboeken/klokje.html

waarin melding wordt gemaakt van een vijfde druk. 

Wie weet er meer over?

Einde verhaal zou je zeggen. Toch zijn de drie kleurenillustraties van de 2e t/m 5e druk opnieuw gebruikt. Het gaat hier om een nieuwe reeks met verhalen van Henk de Wolf, die als serie werd uitgegeven. Alle delen hebben als titel “Het Klokje van Zeven Uur”, met per deel steeds een andere subtitel. Tot op heden zijn er drie van dit soort boekjes bij mij bekend. Maar aangezien de vierde illustratie (bij het verhaal 'De Slimme Schimmel') tot nu toe uitsluitend in de eerste druk is aangetroffen, zal dit wel de hele reeks zijn. De kleurplaten zijn steeds voorin het boek geplakt, naast het titelblad. Het blijft gissen, maar wellicht was de belangstelling voor dergelijke vertellingen op dat moment al een beetje tanende en werd er nog één keer teruggegrepen naar fraaie prenten die hadden bijgedragen tot het aanvankelijke succes?  

 

Het Klokje van Zeven Uur - Krokeledokus gaat vliegen - [1959] - bevat 22 nieuwe verhalen en één oud verhaal t.w. 'De Eigenwijze Kabouterman', inclusief de z/w illustratie, zoals die ook in de eerste vijf drukken staat + bijbehorende kleurenillustratie:, maar dan naast het titelblad: . Het is een ingeplakte illustratie, die qua kleurstelling vrijwel identiek is aan de illustratie in de 4e druk (naast pag. 112). Hans Kresse wordt niet genoemd als illustrator. De tekeningen zijn volgens de opgave in het boek van: E. ten Harmsen van Beek, Marga Holst Dekker en Rein van Looy. Maar dat geldt dus niet voor de twee hier boven genoemde illustraties, aangezien die reeds in de eerste druk (op en naast pag. 60) voorkomen.

Het Klokje van Zeven Uur - Kaskoeskilewan en de Schaterappel van Pimmelboe - [1959] - bevat 23 nieuwe verhalen en één oud verhaal t.w. Het grote anker, inclusief de z/w illustratie, zoals die ook in de eerste vijf drukken staat + bijbehorende kleurenillustratie:, maar dan naast het titelblad: Het is een ingeplakte illustratie, die qua kleurstelling vrijwel identiek is aan de illustratie in de 4e druk (naast pag.  2), echter de papiersoort is iets minder glanzend. Hans Kresse wordt niet genoemd als illustrator. De tekeningen zijn volgens de opgave in het boek van: E. ten Harmsen van Beek, Marga Holst Dekker en Rein van Looy. Maar dat geldt dus niet voor de twee hier boven genoemde illustraties, aangezien die reeds in de eerste druk (op pag 6 en naast pag. 2) voorkomen.

Het Klokje van Zeven Uur - De Vuurpijl van Prins Verbeelding [1959] - bevat 20 nieuwe verhalen en één oud verhaal t.w. Krook en de verrekijker, inclusief de z/w illustratie, zoals die ook in de eerste vijf drukken staat + bijbehorende kleurenillustratie:, maar dan naast het titelblad: Het is een ingeplakte illustratie, die qua kleurstelling vrijwel identiek is aan de illustratie in de 4e druk (naast pag. 80), echter de papiersoort is iets minder glanzend. Hans Kresse wordt niet genoemd als illustrator. De tekeningen zijn volgens de opgave in het boek van: E. ten Harmsen van Beek, Marga Holst Dekker en Rein van Looy. Maar dat geldt dus niet voor de twee hier boven genoemde illustraties, aangezien die reeds in de eerste druk (op en naast pag 43) voorkomen.

 

Nog even en het verhaaltje over het boek van Henk de Wolf is uit. Uit de slotopmerkingen van John Wigmans wordt duidelijk dat mijn zoektocht nog niet helemaal is afgelopen: “Het onderzoek ten behoeve van de Kresse biografie duurde veel langer dan gepland. Iets later besloot ik de hele biografie en al het onderzoek aan de wilgen te hangen. Eén van de acties was het terugbrengen van al het materiaal dat ik vanaf 1990 van diverse mensen had geleend voor de duur van het project. In augustus 2000 maakte ik een lange ronde door Nederland om boeken, brieven, tekeningen en veel meer terug te brengen naar de rechtmatige eigenaren. Voges zat daar ook bij. Hij was verheugd zijn boek terug te krijgen, maar hij vond het wel jammer dat ik gestopt was met mijn onderzoek.

Het boek ging dus terug, mèt de aantekeningen van Toonder en Voges zelf. Wat er na het overlijden van Voges met het boek is gebeurd, weet ik niet. Reconstructie van de bevindingen van Toonder en Voges is nu moeilijk geworden. Tenzij dat van commentaar voorziene exemplaar opduikt. Tot die tijd moeten we het doen met mijn geheugen en met de bandopnamen van de interviews.”

 

Er moet dus bij iemand een heel bijzonder, door zowel Voges als Toonder geannoteerd exemplaar van “Nog even een verhaaltje en dan…” in de kast staan. Wie dit boek ooit tegenkomt, wordt vriendelijk verzocht contact met mij op te nemen. 

 

 

Illustratie door Rein van Looy bij "De Oude Klok", uit:

Het Klokje van Zeven Uur... en nu naar Bed (L. J. Veen, 1938)

Bronnen:

1. Artikel “Voor een vrijen kunstenaar is dit vak niets” - door John Wigmans - Viking jaargang 3, nr. 1 - Kressekring, februari 1995, blz. 14.

2. Interview met Carol Voges, 2 juli 1991 (ongepubliceerd)

3. Interview met Marten Toonder, 16 en 17 april 1994 (ongepubliceerd)

4. Voor biografische informatie over Henk de Wolf, zie http://www.inghist.nl

5: Stripschrift 323

 

Andere links met informatie over Henk de Wolf (o.a. met stemfragmenten en/of hele verhalen!)
http://www.minigroove.nl/klokjevan7uur.html (stemfragment, afbeeldingen van platen)

http://flowermb.nl/wondernacht.html ( luister naar een verhaal en lees de bijbehorende tekst)
http://ikhouvanholland.deds.nl/klokje7.htm (luister naar een verhaal en lees de tekst van een ander verhaal)

 

 

Deze website wordt in de loop van 2003/2008 ontwikkeld i.s.m. De 'Stichting Hans G. Kresse'

 

Bijdragen en Copyright