|
Samenvatting van het verhaal.
Op zekere dag, niet lang na de bloedige strijd tegen de
wraakzuchtige Hovin de Geweldige (Lees: V22), vervoegt zich een jongeman op
Wograms burcht, genaamd Gnom. Hij heeft geen goede manieren, maar hij is
onbezorgd, vrolijk, ijzersterk en … hij heeft juwelen en goud in overvloed.
Hoewel Eric de soldij voor zijn
manschappen niet kan uitbetalen, is hij de onbesuisde Gnom liever kwijt dan
rijk.
Nog meer bezoekers maken hun opwachting, het is een vijftal
afgezanten van Gonor, het jonge opperhoofd van een steppevolk. Zij brengen een
jonge koolzwarte hengst mee, de zoon van Raven, die Gonor aan Eric had beloofd
(Lees: V18). Vreemd genoeg vertrekken de vijf steppekrijgers meteen weer.
Op een van zijn dagtochten op de hengst en vergezeld door de
jonge arend en zijn trouwe wolfshond, ontdekt Eric de lijken van vier van de
steppekrijgers. Zij werden vermoord door de vijfde, hun aanvoeder, die een groot
litteken in zijn gezicht heeft. Als Eric met dit bericht terugkeert op zijn
burcht, is Gnom plotseling verdwenen.
Eric rijdt uit om opheldering te krijgen over het vreemde
gedrag van de jongeling en de herkomst van al dat goud. Hij vindt een vermoorde
man in de droge bedding van een rivier, die bezaaid ligt met goudklompjes. Ook
stuit hij op Tamar, de Heerser der Heuvelen, die hem een eindweegs naar de
oorsprong van het goud brengt. Doch voordat Eric de goudmijn in het gebergte
heeft gevonden, wordt er tot driemaal toe een aanslag op zijn leven gepleegd.
Eerst door een stel struikrovers, daarna door Gnom, die Eric voor een gouddief
houdt, en tenslotte door Tamar, die de man met het litteken achtervolgt. De
Noorman heeft er nu spijt van, dat hij zonder wapens op pad gegaan is.
Nadat Eric en Tamar, die zijn vergissing inziet, hebben
besloten ieder de zoektocht naar de moordenaars voort te zetten, loopt Eric in
een val van de rovers, die ook Gnom gevangen hebben. Tamar bevrijdt Eric en Gnom,
maar tijdens hun vlucht slaat Gnom Eric neer, omdat hij hem nog steeds niet
vertrouwt. Als Eric weer bijkomt, is Wolf bij hem en hij besluit om de zoektocht
naar de goudmijn voort te zetten, omdat zowel Gnom en Tamar, als de krijger met
het litteken en de struikrovers daar ook naar toe gaan.
Eric bereikt het ravijn, waar het goud voor het opscheppen
ligt, maar hij ziet dat Tamar in de greep is van de man met het litteken, die
hem dreigt te doden als hij niet de toegang tot het ravijn onthult. Gnom ziet
in, dat het Eric niet om het goud te doen is en samen weten ze Tamar te redden.
Ook de bandieten worden uitgeschakeld, alleen de steppekrijger met het litteken
kan ontkomen.
Inmiddels heeft Tamar aan Eric verteld, dat Gnom zijn
stiefzoon is, die hij heeft opgevoed met liefde voor de natuur. Gnom dacht
echter met rijkdom gelukkiger te zijn, maar daarin heeft hij ongelijk gekregen.
Dankbaar aanvaardt de Noorman het goud van de beide mannen, zodat hij zijn
krijgers kan betalen en neemt afscheid van Tamar en Gnom.
|