Navigatie op deze site werkt met frames: klik hier voor volledige schermweergave

 

Toestemming tot publicatie: Erven Hans G. Kresse 2003 


 

Eric de Noorman (V23)

door Carel G. Verbeek                         Terug naar overzicht    

 

V23: De Vloek van het Goud

Een avontuur van Eric de Noorman
Door Hans G. Kresse.
 

 

Stofomslag: Panda,
1
e Integrale serie, band VIII

Omslag: Wolters-Noordhoff, deel  9

 

Samenvatting van het verhaal.

 

Op zekere dag, niet lang na de bloedige strijd tegen de wraakzuchtige Hovin de Geweldige (Lees: V22), vervoegt zich een jongeman op Wograms burcht, genaamd Gnom. Hij heeft geen goede manieren, maar hij is onbezorgd, vrolijk, ijzersterk en … hij heeft juwelen en goud in overvloed. Hoewel Eric de soldij voor  zijn manschappen niet kan uitbetalen, is hij de onbesuisde Gnom liever kwijt dan rijk.

Nog meer bezoekers maken hun opwachting, het is een vijftal afgezanten van Gonor, het jonge opperhoofd van een steppevolk. Zij brengen een jonge koolzwarte hengst mee, de zoon van Raven, die Gonor aan Eric had beloofd (Lees: V18). Vreemd genoeg vertrekken de vijf steppekrijgers meteen weer.

Op een van zijn dagtochten op de hengst en vergezeld door de jonge arend en zijn trouwe wolfshond, ontdekt Eric de lijken van vier van de steppekrijgers. Zij werden vermoord door de vijfde, hun aanvoeder, die een groot litteken in zijn gezicht heeft. Als Eric met dit bericht terugkeert op zijn burcht, is Gnom plotseling verdwenen.

Eric rijdt uit om opheldering te krijgen over het vreemde gedrag van de jongeling en de herkomst van al dat goud. Hij vindt een vermoorde man in de droge bedding van een rivier, die bezaaid ligt met goudklompjes. Ook stuit hij op Tamar, de Heerser der Heuvelen, die hem een eindweegs naar de oorsprong van het goud brengt. Doch voordat Eric de goudmijn in het gebergte heeft gevonden, wordt er tot driemaal toe een aanslag op zijn leven gepleegd. Eerst door een stel struikrovers, daarna door Gnom, die Eric voor een gouddief houdt, en tenslotte door Tamar, die de man met het litteken achtervolgt. De Noorman heeft er nu spijt van, dat hij zonder wapens op pad gegaan is.

Nadat Eric en Tamar, die zijn vergissing inziet, hebben besloten ieder de zoektocht naar de moordenaars voort te zetten, loopt Eric in een val van de rovers, die ook Gnom gevangen hebben. Tamar bevrijdt Eric en Gnom, maar tijdens hun vlucht slaat Gnom Eric neer, omdat hij hem nog steeds niet vertrouwt. Als Eric weer bijkomt, is Wolf bij hem en hij besluit om de zoektocht naar de goudmijn voort te zetten, omdat zowel Gnom en Tamar, als de krijger met het litteken en de struikrovers daar ook naar toe gaan.

Eric bereikt het ravijn, waar het goud voor het opscheppen ligt, maar hij ziet dat Tamar in de greep is van de man met het litteken, die hem dreigt te doden als hij niet de toegang tot het ravijn onthult. Gnom ziet in, dat het Eric niet om het goud te doen is en samen weten ze Tamar te redden. Ook de bandieten worden uitgeschakeld, alleen de steppekrijger met het litteken kan ontkomen.

Inmiddels heeft Tamar aan Eric verteld, dat Gnom zijn stiefzoon is, die hij heeft opgevoed met liefde voor de natuur. Gnom dacht echter met rijkdom gelukkiger te zijn, maar daarin heeft hij ongelijk gekregen.

Dankbaar aanvaardt de Noorman het goud van de beide mannen, zodat hij zijn krijgers kan betalen en neemt afscheid van Tamar en Gnom.

 

 

Dramatis Personae…  

Eric, geduldig als een kat.

Gnom, de onbesuisde jongeman.

Tamar, de Heerser der Heuvels.

 

 

De afgezanten van Gonor en
de krijger met het litteken.
Goud in overvloed! Juwelen in overvloed!

 

De Arend

Wolf

De koolzwarte hengst



Bescheiden rollen…

 

Winonah Erwin Edelman met veer Svidjold


 

Knut, de nieuwe krijgsaanvoeder. Toste, een dienaar. Kamerdienaar
en -meisje.
Gedode man in de rivierbedding.


 

Drama…

In dit verhaal laat Hans Kresse Eric de Noorman zich in een avontuur storten zonder hem zijn gebruikelijke wapens mee te geven: zwaard en pijl en boog. Daar krijgt hij later spijt van. Gelukkig krijgt onze held wel zijn trouwe hond Wolf mee, zijn zelfgetrainde arend en zijn koolzwarte hengst.

Van de vele malen (28 keer), dat zij in dit verhaal gevieren door hun schepper zijn afgebeeld, volgen hieronder de mooiste tekeningen.

 

    
 
  
 
 
             

 

© Carel G. Verbeek - Hengelo Gld.

Bijdragen en Copyright