|
Samenvatting van het verhaal.
De volgende samenvatting is
goeddeels overgenomen van de Inleiding voor deel XIII van de 1e
Nederlandse serie, De Twintig
Laatsten / Strijd om Heidrun.
Na zijn avontuur met de steppenomaden keert Eric naar zijn
burcht terug, doch onderweg wordt hij overvallen door een hevig onweer en moet
hij een schuilplaats zoeken in een
vervallen kasteel, dat slechts
bewoond wordt door een zeer oude edelman en diens halfwijze dienaar. De edelman
verkeert in grote ongerustheid over uitblijven van zijn zoon. Er blijkt een
legende te bestaan, volgens welke in oeroude tijden deze streek geteisterd werd
door monsterachtige wezens, die in holendorpen onder de grond leefden. De
legendarische Allard - een verre voorvader van de oude edelman - bestreed deze
wezens met een boog en pijlen van bijzonder maaksel. Deze boog, de boog van
Allard genaamd, is nog steeds in het bezit van
de oude edelman, doch slechts hij, die een afstammeling is van Allard,
kan hem spannen. De oude Allard kon echter niet alle monsters doden, en om te
voorkomen, dat zij nogmaals de schrik van de omgeving zouden worden, liet hij
een burcht bouwen boven de laatste toegang tot de onderaardse holen. Daarmee
sloot hij echter tevens de enorme goudschat, welke de monsters bezaten, voor de
buitenwereld af.
Ongelukkigerwijze was de zoon van de oude edelman niet bestand tegen de
aantrekkingskracht van dit goud en hij opende de toegang tot de holen, daarmee
de nog overgebleven monsters de vrijheid hergevende. De zoon betaalde zijn
gouddorst met zijn leven, want hij viel als eerste slachtoffer van de
bloeddorstige monsters. Gelukkig is Eric er nog, en voordat de monsters - twee
in getal - veel onheil kunnen stichten, doodt
hij hen met de machtige boog van Allard, daarmee bewijzende een
afstammeling van deze legendarische held te zijn. Uitgeleide gedaan door de
dankbare oude edelman, begeeft Eric zich na dit vreemde avontuur weer op weg
naar huis …
|